Fazant

Eerst de Grieken, daarna de Romeinen brachten fazant mee uit Azië. De Grieken noemden het dier Phasianos en kweekten de fazant al vijfhonderd jaar voor de jaartelling. Keizers, koningen, adel en notabelen hielden de fazant in hokken. De Romeinen namen de fazant mee tijdens hun veroveringstocht in Europa.

Fazant

Fazanten die ontsnapten uit de Romeinse hoenderhokken plantten zich verder in de vrije natuur. In de middeleeuwen kwamen afstammelingen van die fazant in heel Europa voor, zodat ook de gewone man er af en toe eentje kon verschalken. Raszuiver is de fazant van nu al lang niet meer. In de 18de en 19de eeuw werd in Europa de Chinese variant ingevoerd, in Engeland ontstond in de 19de eeuw een donkere variant van de fazant. Al deze rassen hebben zich onderling vermengd. Slechts een geoefend oog kan aan de hand van kleine verschillen in de verentooi het fazantenras determineren.

Leefwijze fazant

De fazant is een standvogel, die zich het meest thuis voelt in bossen met dicht struikgewas en vruchtbare velden en weiden waar genoeg water is. Ze vermijden dichte bossen in de bergen. De fazant komt voor in heel Europa, Azië en Noord-Amerika.

Gastronomie en bereiding van fazant

Jonge fazant moet niet gebardeerd worden (d.w.z met spek en vet omwikkeld), oudere fazant heeft droger vlees en kan wel een jasje van spekvet verdragen. Alhoewel de haan er prachtig uitziet met zijn overdaad aan kleuren, is het vlees van de grauwgrijze hen veel lekkerder.

De veren van de kop van de fazant haan zijn groen met een blauwe metaalglans, die van de hals, borst, buik en de zijkanten roodachtig kastanjebruin, met purperen zijdeachtige glans. Alle veren hebben een glanzend zwarte rand, de mantelveren zijn bij de rand met witte halvemaanvormige vlekken gesierd. De slagpennen van de fazant haan zijn bruin met kopergele strepen. De staart heeft verschillende kleurschakeringen en is aanzienlijk langer dan de vleugels, soms 5 maal zo lang, de veren van de fazant haan hebben op een olijfgrijskleurige ondergrond zwarte strepen. De iris is roodgeel, de snavel bruinachtig geel, de voet roodachtig grijs of leemkleurig. Lengte 80 cm, breedte 75 cm, vleugellengte 25 cm, staartlengte 40 cm. Bij de kleinere fazant hennen heeft de hele vederdos een aardgrijze ondergrond, die zwarte en donkere roestkleurige vlekken heeft. De leeftijd van de fazant is te herkennen aan de buigzaamheid van het borstbeen en de meer of minder sterk ontwikkelde sporen.

In het verleden werd de fazant altijd ‘gefaisandeerd’. Men liet de fazant enkele dagen hangen tot het vlees adellijk werd. Deze manier van bereiding komt tegenwoordig minder voor omdat die sterke smaak nu niet meer wordt gewaardeerd. Niets gaat boven de fijne, kruidige en aromatische smaak van wilde fazant, vooral als die zich hun hele leven tegoed hebben gedaan aan bessen en kruiden.

Gekweekte fazant is makkelijk te onderscheiden van wilde: hun vlees is lichter en lijkt meer op kip. Soms smaken ze ook nog naar het meel waarmee ze tijdens de kweek werden gevoederd.

Lekker bij fazant zijn groene kool, witloof (de klassieke Fazant op z’n Brabants), zuurkool, sinaasappelen, appelen en cider.Kijk voor meer informatie over fazant ook eens op www.wildplaza.com.